We zijn weer op weg. Of beter gezegd, we zijn weer ergens aan beland. Dit keer is Cyprus de plek die zich op onze komst heeft mogen verheugen. Voor een periode van acht dagen in een all-inclusive, pardon, ultra all-inclusive hotel / resort. Ik heb nooit gedacht ooit te kunnen zeggen dat ik aan een dergelijke vakantie zou gaan beginnen.
Na het avontuur in Nieuw-Zeeland droomden we immers al snel van een vergelijkbaar verre reis door de Verenigde Staten (die van Amerika) en dat is toch wel andere koek. Maar niets gaat zoals het gaat en die reis moeten we genoodzaakt even (maar dan ook echt even) in de ijskast plaatsen. En ook al waren we met de jaarwisseling er even tussenuit geweest in Londen waren we er beiden toch wel aan toe om er een week echt even tussenuit te gaan.
Nooit eerder ging ik zo onvoorbereid op reis. Net aan een week geleden hadden we na twee avonden de ene na de andere last minute de revue laten passeren. Om uiteindelijk dan maar de knoop door te hakken en voor Cyprus te kiezen. Waarom Cyprus? Geen idee, ik weet niets van het land en heb er ook niet per definitie een specifiek gevoel bij. Ik wilde in ieder geval niet naar een van de aller bekendste badplaatsen gezien het risico op veel Nederlanders om je heen. Ik wil geen Nederlanders om mij heen op vakantie. Als ik dat zou willen zou ik in Nederland op vakantie gaan.
Uiteindelijk was het een kwestie van bekijken welk hotel het leukste / beste leek en eigenlijk op goed geluk iets te boeken. En of het hotel gratis wi-fi heeft natuurlijk. Maar dat is logisch.
Ergens was de relatief gezien makkelijk genomen keuze ook wel fijn. Zonder verwachtingen ergens heen gaan maakt dat je wellicht ook niet zo snel teleurgesteld kan raken. We hadden voornamelijk gewoon zin in een week rust met wellicht een uitstapje her en der maar geen grote plannen. All-inclusive leek ons in dat opzicht wel fijn. Niet omdat we nu zulke luxe paarden zijn maar meer met betrekking tot de (hopelijk) voorspelbare kosten van de reis.
En zo stonden we dus na de avond ervoor pas de koffers te hebben gepakt (geheel tegen de obsessieve planningsdrang van Evita in) maandag klaar om Snow en Pepper (voor niet ingewijden onze twee katten, lees: onze kinderen. Ze zijn net een jaar geworden… Dankje wel) af te zetten bij Leny. In dit dierenpension hadden zij ook bij onze trip naar Londen al eens gelogeerd en dit was goed bevallen. Althans, het is ons goed bevallen. Of dat voor de katten ook zo was weet ik niet want, tja… het zijn katten en ze kunnen je het niet vertellen natuurlijk.

De heenreis naar het pension was… moeizaam. Moeizamer dan de vorige keer. Snow was het er duidelijk niet mee eens en mauwde er flink op los. Toen zijn zusje Pepper ook begon en mij met grote vertwijfelde ogen aan keek toen werd het wel even moeilijk. Ik hoop maar dat ze net als vorige keer weer blij zijn als we ze weer komen ophalen en ons niet een half jaar negeren.
Bij het inchecken op Schiphol werd meerdere keren omgeroepen dat men op zoek was naar een aantal mede reizigers. We zullen hen om privacy redenen de familie Zijlstra noemen. Na talloze oproepen waren de beste mensen nog in geen velden of wegen te bekennen. Helaas, we zouden zonder hen vertrekken. Na de gebruikelijke procedures zaten we dan in het vliegtuig dat voorzien was van stoelen die in een gemiddelde stadsbus nog tot klachten van reizigers zouden leiden. Maar tja, wat wil je ook voor die prijs en Cyprus is praktisch om de hoek toch? Zo lang zou het allemaal niet duren toch? Toch?
Het begin was in ieder geval niet voortvarend. De bagagetransporter was kapot, er moest een ander komen. Het zorgde ervoor dat we met een half uur vertraging zouden vertrekken. Ik had op dat moment al pijn in het achterwerk van de stoelen, Een deel van de passagiers zou in Antalya uitstappen en het andere deel zou doorvliegen naar Cyprus. Het deel van de passagiers dat in Antalya uit zou stappen bevestigde mij waarom ik niet naar Turkije op vakantie wil dus met hen van boord zou het nu alleen maar leuker worden. Voor de balans van het vliegtuig mochten we bovendien van stoelen wisselen. We kregen daardoor een “upgrade” naar stoelen met meer beenruimte en bovendien werden Evita en ik niet meer gescheiden door het nauwe gangpad waar de stewardessen met grote vaart en weinig finesse overheen denderden.
Het weer was wel wat onstuimiger geworden. Het regende flink in Antalya en bij het taxiën naar de startbaan brak er onweer uit. Op de weg naar Antalya hadden we al wat last gehad van turbulentie. Het was meteen een goede vuurdoop voor een van de stewardessen die dit duidelijk nog niet eerder had meegemaakt had en er flink bij stond te trillen. De piloot riep om dat ze zouden wachten tot de storm die recht boven het vliegveld hing zou zijn weggetrokken. Een kleine 10 minuten later zouden we alsnog vertrekken. Als de storm was weggetrokken dan vraag ik mij af waar we vervolgens in terecht kwamen. Leek verdacht veel op een storm namelijk. Donder, bliksem, lichtflitsen en dikke wolken. De turbulentie was pittig te noemen, met een aantal plotselingen snelle dalingen als gevolg. Een zucht van opluchting ging door het vliegtuig wanneer de piloot aankondigde: “Dames en heren, dat was hem”. De vlucht was een kleine 40 minuten en we kwamen een uur later dan gepland op de luchthaven van Ercan aan. Al snel wordt op het vliegveld duidelijk gemaakt dat je in “De Turkse republiek van Cyprus” bent, een status die door de EU niet erkend is / wordt.
Een grote touringcar stond op ons te wachten. Deze zou de reizigers bij verschillende hotels gaan afzetten. Maar voordat we weg konden gaan bleek al snel dat er iets niet pluis was. Wat wisten we niet, maar de reisleider en locale contactpersoon leken op zoek naar iets. Of was het…iemand? Of waren het meerdere iemanden? Jazeker, men was op zoek naar de Zijlstra’tjes. We wisten duidelijk te maken dat deze mensen op Schiphol ook al zoek waren en dus waarschijnlijk ook niet op tijd in het vliegtuig hadden gezeten.
Het zou vervolgens nog een rit van 45 minuten zijn naar ons hotel. De route leidde ons eerst langs twee andere hotels waar reizigers zouden verblijven. De angst voor misleidende foto’s op de website begon zich op te doen. De locaties kwamen over als achterbuurten en de entrees van de hotels leken achterom deurtjes.


Eenmaal aangekomen bij hotel Merit Park waar wij zouden gaan verblijven was deze angst snel weg. Overduidelijk een echt en mooi hotel. Het inchecken verliep vlot en we begaven ons snel richting de kamer. Ook dit viel niet tegen. Een ruime nette en schone kamer met een uitnodigend bed en last but not least uitzicht op zee.
Aangezien ons laatste echte eten die middag om een uur of 13.00 was hadden we wel behoefte aan een hapje. Gelukkig is het hotel dus ultra all-inclusive en kan je 24 uur per dag eten en drinken krijgen. De hamburger liet zich goed smaken. We waren bekaf en begaven ons dus snel daarna naar de kamer alwaar het niet lang duurde voor we beiden in een diepe slaap zouden belanden.