Zo rond half tien vertrokken we van de camping in Rotorua richting het Maori dorp Whakarewarewa dat aan de rand van de stad ligt. Er waren twee opties waar we uit konden kiezen in Rotorua. Eén was meer een show opgevoerd voor toeristen om een beeld te geven van het Maori volk. Best leuk wellicht, maar het is niet echt. De andere optie was dus een bezoek aan dit dorp. De volledige naam van dit dorp luidt “Whakarewarewatanga O Te Ope Taua A Wahiao”. De Maori beschikten voor de kolonisatie van het land niet over een schrijftaal, en gebruikten afbeeldingen om dingen duidelijk te maken. Van de kolonisten hebben zij het alfabet overgenomen. Ze gebruikten echter slechts veertien tekens. Dertien daarvan zijn vertegenwoordigt in de dorpsnaam, alleen de M ontbreekt.
Het dorp is gebouwd op een aantal zwavelbronnen. Op talloze plekken zie je stoom uit de grond naar boven komen en kokende waterbronnen. De inwoners gebruiken het om te koken, te wassen en natuurlijk te verwarmen. Daarnaast kennen ze geneeskundige of verzachtende krachten toe aan de bronnen.
Een brug leidt ons het dorp binnen. Onderaan de brug spelen kinderen in het water. Er zijn een aantal andere bezoekers die, naar voorbeeld van een oude traditie, muntgeld naar beneden in het water gooien dat de kinderen kunnen opduiken. Ik kreeg er een beetje een circus gevoel bij. Ik zou het ze zo in de hand geven, maar dit voelde mij te poppenkasterig aan.
De kooktechniek die de mensen gebruiken heet hangi. Groenten of vlees gaan in een kooi of aan een touw in een kist die boven een geothermale bron is gebouwd. Er gaat een deksel op en het eten wordt dus eigenlijk onder de grond gestoomd met behulp van de hitte die uit de grond komt. Het eten schijnt echter niet naar de zwavel te gaan ruiken.




De grootste bron in het midden van het dorp is ontzettend diep. Wetenschappers hebben getracht het te meten, maar ze hebben het einde simpelweg niet kunnen vaststellen, het lijkt maar door te gaan. Rond de verschillende bronnen staan veiligheidshekken omdat het stoom erg heet is, en op veel plekken het water echt kookt. Deze zijn geplaatst toen men begon met het geven van rondleidingen. Maar daarvoor is er onder de bevolking zelf nog nooit een ongeluk mee gebeurd. De kinderen worden al vroeg bijgebracht waar ze wel en niet mogen gaan.
Onderdeel van de ochtend was een aantal voordrachten van traditionele liederen en verhalen. Waaronder de haka, een dans die in het teken staat van het uitdagen van een tegenstander of concurrent. Deze dans wordt bijvoorbeeld ook opgevoerd door het Nieuw Zeelandse rugby team voorafgaande aan een belangrijke wedstrijd.
Er is een school in het dorp, waar kinderen tot hun vijfde jaar naartoe gaan. Ze leren hier alleen de Maori taal. Engels leren de kinderen pas wanneer ze naar de school buiten het dorp gaan. De school in het dorp is in de jaren 80 gebouwd nadat twee generaties waren opgegroeid zonder de Maori taal te hebben geleerd.
Er zijn ook twee grote geisers die elk uur tot uitbarsting komen, meer aan de rand van het dorp. Ze zijn op een flinke afstand van waar je staat maar het water reikt erg ver en tot 30 meter hoog, tot het is alsof je in de motregen staat. Het water is dan uiteraard gelukkig wel afgekoeld.


Hierna zijn we gaan lunchen in het café van het dorp. We kregen een flinke maaltijd die op de hangi wijze was bereid. Rundvlees, kip, aardappelen, mais en groenten. Het smaakte echt heel goed, en inderdaad was er geen geur of smaak van zwavel te bespeuren.
Midden in het dorp staat de Tupuna Whare (ontmoetingsplaats van de voorouderen). Hier worden o.a. uitvaarten gehouden. De verschillende onderdelen van het bouwwerk stellen de lichaamsdelen van de mens voor.


De Maori begraven hun doden, crematie is niet iets dat oorspronkelijk in hun cultuur voorkomt. Behoor je tot een van de familie’s die grond bezitten dan is er een plaatsje voor je in het familiegraf. Binnen de dorpsmuren is ook een begraafplaats maar die is vol aan het raken. In de toekomst zal daardoor ook crematie vaker gebruikt worden.
Het stond ons vrij om na de rondleiding verder rond te kijken in het dorp. Het is overigens niet zo dat de bewoners in het dagelijkse leven allemaal in traditionele gewaden rond lopen of iets dergelijks. Deze mensen dragen gewoon spijkerbroeken, rijden in auto’s en doen dingen die andere Nieuw Zeelanders ook doen. En ja, er zijn souvenirshops in het dorp. Er worden dingen verkocht die door de mensen zelf gemaakt wordt, maar ook spullen die je in een “gewone” souvenirwinkel koopt. Dus het is in die zin wel toeristisch opgezet.



Maar het leven van de mensen is wel écht, geen ingehuurde figuranten om een toneelstukje op te voeren. De mensen wonen er daadwerkelijk en hechten nog veel waarde aan hun afkomst. Ze zijn afstammelingen van het volk dat er al sinds 1325 woont, de enige andere manier om hier te kunnen wonen is door met een dorpslid te trouwen.