Donderdag hebben we een nogal luie dag. We waren toch al van plan om de donderdag en vrijdag door te brengen op het strand, maar zelfs de wandel daar naartoe voelde vandaag als een opgave. We hadden niet meer de beschikking over de huurauto en we waren allebei best moe. Dus hebben we deze dag maar voornamelijk aan het zwembad in het hotel doorgebracht.
Het was meteen ook wel zo’n beetje de laatste dosis aan Nederlanders en krijsende kinderen die ik deze vakantie nog zou kunnen verdragen. Morgen was de laatste dag en gingen we zeker de hele dag naar het strand, inclusief diner.
Die vrijdagochtend lijkt het alsof het lot toe sloeg, op een goede manier. We hadden de spullen voor een dag strand gepakt. Daarbij ook de restanten hond- en kattenvoer, voor het geval we er weer een goede bestemming voor konden vinden.
Ik poetste mijn tanden en keek nog een keer langs de gordijnen naar buiten. En wat schetse mijn verbazing? Daarbuiten langs ons zwembad liep een witte kat, met in zijn of haar gezelschap een kitten. Overwegend wit met lichte en donkerbruine plekjes. Het was de kitten die we eerder die week eten hadden gegeven!
Blij om te zien dat ze in orde was en in gezelschap van haar moeder, vader of wellicht gewoon een bevriende kat besloten we om het hotel te lopen zodat we ze vanaf de andere kant eten konden geven uit het zicht van hotelpersoneel en anderen.
Er bleek op die plek een gat in de omheining te zitten waardoor ze dus bij het hotel konden komen. En er stond ook een schaaltje, dus zo te zien was daar al eens eerder eten neer gezet. We lieten alles dat we bij ons hadden voor hen achter en niet veel later zaten ze er samen lekker van te eten.
Ik vond het fijn om het katje weer gezien te hebben, alsof de cirkel daarmee rond was, hoe zweverig dat ook mag klinken.
Met een goed gevoel begaven we ons naar het strand om nog even van het prachtige weer te genieten. Onze ober vandaag bij Seacrest heet Papi. We noemen hem Fosset Pappie.
Morgenochtend vroeg op voor de terugreis.


