Vanochtend werden we vroeg wakker. En als ik zeg vroeg, dan bedoel ik heel vroeg: 04:30. Dit komt natuurlijk ook omdat we 1) om 20:00 in bed lagen en 2) het hier twee uur vroeger is dan in Nederland. En ja, 06:30 is een hele normale tijd om in je vakantie wakker te zijn.
We pakten onze tassen opnieuw in en om 06:00 vertrokken we naar waterval nummer één van de dag. Tijdens de rit zagen we de zon doorkomen. Goed nieuws, want er was voornamelijk regen voorspeld.


We kwamen aan bij de Seljalandsfoss-waterval. Hier kun je achterlangs de waterval lopen. Uiteraard, mits het je niet uitmaakt dat je nat wordt van alle nevel en spetters. Het was hier gelukkig vrijwel droog, dus maakten we een wandeling rondom de waterval.
Vanaf hier vertrokken we naar de volgende waterval – ze hebben er nogal wat in IJsland. Aangekomen bij de Skógafoss-waterval miezerde het wat, maar dat mocht de pret niet drukken. Vanaf 60 meter hoogte dendert het water naar beneden.


Na de eerste twee watervallen van de dag reden we naar het vliegtuigwrak. Tijdens de rit zagen we ineens schapen op de weg. Gelukkig op tijd, want ze staken vlak voor de auto over. Het vliegtuigwrak ligt op een black sand beach. Je vermoedt het waarschijnlijk al aan de naam, maar het zand is hier zwart.
Met een shuttlebus, waarbij je in tien minuten over een mega hobbelige weg wordt vervoerd, gingen we naar het wrak. Je dacht dat de NS prijzig was? Tien minuutjes in de shuttle: 40 euro armer.
Het vliegtuigwrak steekt scherp af tegen het zwarte zand en is indrukwekkend om te zien. Bizar hoe dit hier na al die tijd nog steeds ligt. Na wat foto’s te hebben gemaakt van het vliegtuig, maakten we nog een wandeling richting de zee. Hier lagen nog wat andere resten van het vliegtuig. Op het strand brak ineens de zon door – helaas van korte duur.



We reden door naar Dyrhólaey. Dit zijn beschermde kliffen met een mooi uitzicht over Vík, een klein dorpje. Via een steile en bochtige weg kwamen we boven bij een kerkje. Helaas was het erg mistig, dus we konden alleen de kliffen en het omliggende zwarte strand zien. Vík was in geen velden of wegen te bekennen. Na een korte wandeling daalden we de bochtige weg weer af en gingen we op pad naar Vík.
Bij Dyrhólaey was het weer gaan regenen en ook bij aankomst in Vík regende het inmiddels flink door. We lunchten wat en besloten vanaf Vík door te rijden in plaats van nog een ander deel van het zwarte strand te bekijken.



We vervolgden de route door de Eldhraun-lavavelden. Hier zie je gestolde, volledig uitgeharde lava, bedekt onder een dikke laag mos. Het geeft een bizar effect wanneer je dit overal om je heen ziet. Na een korte wandeling door de lavavelden besloten we door te rijden naar Kirkjubæjarklaustur. Kirkju-wat? Ja, ik bedenk die plaatsnamen ook niet.
We verblijven hier in het Klaustur Hotel. Een paar meter naar links ligt een waterval en een paar honderd meter naar rechts liggen er nog twee. Ook ligt hier basalt pavement. Op de foto’s lijkt dit indrukwekkend, maar in werkelijkheid was het een stukje steen van een paar meter.
Gezien de regenbuien besloten we niet uit te stappen, maar op zoek te gaan naar een tentje om te eten. Het was dan wel nog maar 16:30, maar hé – in Nederland is dat 18:30 en dat is ver na etenstijd. Bovendien willen we morgenochtend vroeg op pad.
Morgen wordt het, als het goed is, droog en we willen vóór het ontbijt Fjaðrárgljúfur bekijken. Mochten we weer zo vroeg wakker worden als vanochtend, dan kunnen we ook nog de lavavelden en een van de watervallen bekijken. Hopelijk droog en met een klein zonnetje.