Het beviel mij prima in Wellington. De stad heeft de uitstraling van een echte hoofdstad, maar het is met zijn slechts circa 200.000 inwoners nooit overweldigend. De mensen zijn vriendelijk en erg actief. Het aantal hardlopers en mountainbikers dat je gedurende de dag tegen komt is enorm. En ze lopen er qua kleding bij alsof ze in St. Tropez wonen, onbegrijpelijk.
Oorspronkelijk zouden we er slechts een halve dag zijn, nu zijn dat er bijna twee volle dagen geworden door ons eerdere vertrek uit Tongario National Park. En ik had er best nog langer willen blijven.
Maar het Zuider Eiland lonkt net zo goed. De ferry die ons naar het Zuider Eiland zou gaan brengen zou om 8.00 vertrekken dus we lagen er op tijd in. Het was dus wel even balen toen we vanmorgen lazen dat de boot vertraagd was tot 9.30, vermoedelijk door het slechte weer. Het was die nacht ook behoorlijk tekeer gegaan, te horen aan het harde gekletter van de regen op Charlie. Het gaf tenminste wel wat extra tijd om nog even een verfrissende douche te nemen.
Eenmaal aangekomen bij de rij voor de oprit naar de boot begon Evita hem een beetje te knijpen. We moesten namelijk naar de bovenste voertuig verdieping die via een nogal steile oprit bereikt moest worden. Maar de hellingproef is niet bepaald haar favoriete onderdeel van het autorijden. Gelukkig ging alles prima en stonden we al snel keurig op de boot.
We begaven ons richting het passagiers dek alwaar het prima vertoeven is. Films, koffie en wi-fi. Veel meer heb je toch ook niet nodig op een boottocht van 3,5 uur. Eenmaal wat verder van de kust zijn we al snel het buitendek opgelopen om eens een kijkje te nemen. Het uitzicht op de zee was mooi maar het weer was wel behoorlijk guur. Met name de stevige wind zorgde ervoor dat we maar weer de warmte binnen gingen opzoeken.
Wat verder op onze route zag het weer er door de raampjes al een heel stuk beter uit. Ik besloot weer een kijkje te gaan nemen buiten. Evita was eerder licht zeeziek geworden en bleef daarom liever even in haar relaxte stoel zitten.
Buiten was de wind nog behoorlijk wild, ik moest de camera en telefoon met beide handen stevig vasthouden anders zouden ze zo meegesleurd worden door de windstoten. Maar er stond inmiddels wel een mooie zon in de blauwe lucht. En het uitzicht was fantastisch. De met bossen overladen fjorden prijkten uit boven de heldere blauwe zee. En af en toe is er in de verte een mooi huisje te bespeuren dat schijnbaar alleen aan de waterkant staat.
Na wat foto’s gemaakt te hebben ben ik Evita gaan vragen of ze zeker wist dit uitzicht te willen missen. Even later stonden we allebei voor op het dek onder de indruk van wat we zagen op de weg naar het plaatsje Picton. Gelukkig ging de wind later ook een beetje liggen.



We meerden aan in Picton, een klein maar zo op het eerste gezicht gezellig stadje waar we na het inwinnen van informatie en advies bij de lokale I-Site onze opties zouden afwegen voor het verloop van de reis in de komende dagen. In Picton zelf waren genoeg aantrekkelijke opties aan boottochten en wandeltochten, variërend in lengte, kosten en duur.
Volgens de I-Site zou het weer in Abel Tasman Park overmorgen goed zijn. En we kregen nog wat extra informatie over wegen en campings aldaar. We mogen volgens onze huurovereenkomst voor Charlie namelijk niet overal rijden, met name wat betreft onverharde wegen.












Tijdens een lekkere lunch met uitzicht op de plaatselijke jachthaven hebben we besloten om de volgende dag in Picton te blijven om daar in de ochtend met dolfijnen te gaan zwemmen. Aan het einde van de dag rijden we dan richting Abel Tasman Park en gaan we kayakken.
Deze dag vloog voorbij. We hebben bij aankomst op de camping nog wat gechillt in een bubbelbad en ’s avonds hebben we nog een wandeling door de jachthaven gemaakt en in het centrum koffie gedronken, benieuwd naar wat de morgen zou gaan brengen.