Deze dag stond vooral in het teken van reizen. Met de prachtige dag in Abel Tasman National Park achter ons dalen we verder af op het Zuider Eiland. De afstand die we moesten afleggen was weliswaar niet enorm, maar de wegen worden steeds kronkeliger en de hoogteverschillen steeds groter.
Onderweg zouden we wel een stop gaan maken in Punakaiki. De weg ernaartoe vloeit langs een prachtige kustlijn vol rotspartijen aan en in het water dat er woest tegenaan botst.
Het stadje is bekend om de zogeheten Pancake Rocks. Dit is een groep hevig verweerde kalksteenrotsen.
Bij hoge vloed blaast de Tasmaanse zee water door de zogeheten blowholes. De structuur van de rotsen lijkt op een stapel pannenkoeken, gevormd door het op elkaar drukken van wisselend zachte en harde lagen grond.




Hierna zijn we met een paar pauzes verder naar het zuiden gereden, richting het serieuzere gebergte van het land. Het landschap verschilt best sterk met het noorder eiland. Het zuider eiland doet “herfstachtiger” aan qua kleuren en de grond lijkt ruwer, meer rotsachtig. De gemiddelde temperatuur op het zuider eiland ligt ook lager, al hebben we in Abel Tasman Park tot nu toe onze mooiste dag gehad wat weersomstandigheden betreft.
Onze weg leidt over vele smalle bergpaden. Eigenlijk zijn de meeste wegen in Nieuw Zeeland buiten de grote steden simpele tweebaanswegen. En bruggen, die zijn meestal eenbaans. Dus, goed kijken of er aan de andere kant van de brug ook een auto de brug op wil en wie er voorang heeft. Het verkeer is wat ons betreft overigens soms pure waanzin. De maximum snelheid in dit land is 100 km/u. Langzaam zou je zeggen, maar dit is geregeld ook de adviessnelheid op smalle wegen door de bergen vol niveauverschillen, blinde bochten en slecht wegdek. En dan moet je je weghelft ook nog delen met fietsers en wandelaars. En ja, die kom je ook op deze wegen tegen. En vangrails zijn ook een vrij zeldzaam goed op deze wegen.




Natuurlijk, als je hier woont zal het vast minder intimiderend zijn, maar voor mensen uit een vlak kikkerlandje is het soms best spannend. En niet alle Nieuw Zeelanders hebben hier begrip voor. Als je ergens 80 rijdt in plaats van 100 worden ze daar regelmatig gefrustreerd over. Getoeter en vuisten omhoog wanneer ze een punt hebben gevonden om je in te halen hebben we dan ook meer dan eens meegemaakt. Het is een van de weinige negatieve punten die we kunnen bedenken over het land en de inwoners.