Vrijdagochtend zijn we nog even Queenstown ingegaan om bij de haven koffie te drinken. Het was een mooie zonnige ochtend en er waren al een hoop mensen op pad. Aan de kade speelde een straatmuzukant met zijn gitaar veel favoriete nummers.
We hebben de planning maar weer eens bekeken. Die is overigens vaak aan verandering onderhevig. Door ons ongeluk aan het begin van de reis hebben we natuurlijk onze oorspronkelijke plannen moeten aanpassen. Enerzijds door de vertraging en anderzijds doordat we door Charlie als vervangend voertuig te accepteren onze reis door Nieuw Zeeland in Auckland in plaats van Christchurch moeten eindigen, omdat hij daar klaar moet staan voor de volgende huurders. We vliegen dus ook vanaf Auckland naar Fiji in plaats van vanaf Christchurch.
En Christchurch was nu onze volgende bestemming, om daarna verder te gaan naar Kaikoura. Vrijdagmiddag zijn we gaan rijden. Onze route leidde langs Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw Zeeland.
De wegen lagen voor het grootste deel in een vlak gebied waardoor het gebergte lang op je horizon te zien is. Het waaide wel behoorlijk hard, de windstoten maakten het rijden met Charlie soms best moeilijk. Oorspronkelijk hadden we dichter bij Mount Cook willen komen. In onze huurovereenkomst staat de weg er naartoe echter op een lijst van verboden wegen. Dat risico gingen we zeker niet nemen. Dan maar vanaf een afstandje bekijken…

Een volgende stop maakten we bij het Tekapo meer. Een mooi meer waar toevallig een koppel trouw foto’s aan het maken was. We besloten in het plaatsje Fairlie te gaan stoppen voor vandaag. Daar was namelijk een vestiging van de camping keten waar we inmiddels zo vaak hebben gestaan dat we er zelfs een klantenkaart van hebben. Op weg naar Fairlie leek de wind wel steeds heviger te worden. Na Charlie te hebben geparkeerd hebben we boodschappen gedaan. En uiteraard kwamen we in dit kleine plaatsje in the middle of nowhere in de supermarkt een Nederlander tegen. Hij was naar deze omgeving verhuist vanuit Christchurch nadat zijn huis door de aardbeving in 2011 was verwoest.
We hebben na onze onbevredigende oven pasta nog maar een paar wijntjes gedronken met toastjes voor we ons bed weer opzochten. Het werd een onrustige nacht. Het waaide zo hard dat we Charlie heen en weer voelde schudden. Bovendien stonden we onder een flinke dennenboom. De camper kreeg dus de nodige dennenappels over zich heen. De volgende ochtend bleek zelfs dat er op de camping een boom was omgevallen. De camper die onder de boom stond was gelukkig op tijd verplaatst… Ook toen we eenmaal weer op weg waren kwamen we de nodige afgebroken takken tegen die vaak half op de weg lagen.
We gingen zaterdagochtend weer op pad. Het was nog een uur of twee rijden naar Christchurch. Het is met zijn ruim 600.000 inwoners de tweede grootste stad van Nieuw Zeeland. In 2011 werd de stad opgeschrikt door een hevige aardbeving die een groot deel van de binnenstad heeft verwoest en aan 175 mensen het leven kostte. Een deel van dat centrum is ook nu nog verboden gebied. De verwachting is dat het nog zo’n 20 jaar kan duren voordat de stad er weer volledig bovenop is.



Door Christchurch lopend is dat overduidelijk. Veel gebouwen zijn in aanbouw of worden gerestaureerd. Het is voor ons als toeristen verwarrend omdat je niet zo goed weet waar je naartoe moet / kan. We hadden een in de Lonely Planet aantal dingen uitgezocht om te gaan doen. Maar die middag realiseerden we ons dat we dingen aan het zoeken waren die we konden gaan doen in plaats van persé wilden doen. Wel zijn we naar de re:Start mall gegaan. Een “tijdelijk” winkelcentrum volledig opgebouwd uit kleurrijke containers. Hier zitten een aantal leuke winkeltjes met originele artikelen.

Bij veel wordt ook expliciet aangegeven dat het in Christchurch gemaakt is. Zeker leuk om even een kijkje te nemen. Het is duidelijk dat het de strijdvaardigheid en ondernemerschap van post-aardbeving Christchurch moet aangeven. Dat is iets dat overigens door de hele stad te zien is. “Hope”, ” Faith”, “Future” en “Rebuilding” zijn termen die je op affiches en borden heel veel tegen komt, vaak gecombineerd met de nodige humor en zelfspot: “Het is hier makkelijk parkeren”.
Ook al waren we hier kort konden we goed merken dat Christchurch de aardbeving niet enkel meer benadert als een ramp, maar als een kans op een nieuwe start. In plaats van simpelweg herbouwen wordt de gelegenheid aangegrepen om op een duurzame en betere manier de stad opnieuw vorm te geven. Met de historische tram zijn we naar Canterbury Museum gereden. Toegang tot het museum is gratis, maar een donatie wordt op prijs gesteld. Als je geïnteresseerd bent in de historie van het Maori volk, (natuurlijke) ontwikkeling van het land en de koloniale periode dan is dit zeker een aanrader.








Het geeft een heel duidelijk beeld van de verschillende tijdperken en het heeft een zeer uitgebreide collectie van historische en archeologische vondsten. Speciale aandacht gaat uit naar de Moa, een door de eerste Polynesische kolonisten uitgeroeide, aan de kiwi verwante, vogel. Daarnaast is er een uitgebreide collectie van opgezette Nieuw Zeelandse vogels en een expositie over Antartica expedities. Een bezoek aan dit museum is zeker de moeite waard.




Na een wandeling door de botanische tuinen hebben we bij Fiddlesticks een wijntje gedronken en zijn we teruggegaan richting de camping. Helaas bleek de dichtstbijzijnde supermarkt wat verder weg dan verwacht. Dus zijn we wat gaan eten bij de plaatselijke Italiaan die zoals wel meer horeca, overigens bijna volledig door Aziaten wordt gerund.
We besloten ons bezoek aan Christchurch hierbij te laten, zondagochtend rijden we naar Kaikoura.